banner

Complicaties bij gebruik sondevoeding

Ervaringen, tips en advies

Blog ‘Complicaties bij het gebruik van sondevoeding:
oorzaken én oplossingen

Het gebruik van sondevoeding kan complicaties met zich meebrengen. Misselijkheid en diarree zijn de meest voorkomende complicaties. Daarna volgen ongemakken veroorzaakt door een verstopte sonde. Waar misselijkheid en diarree voorbeelden zijn van lichamelijke complicaties is een verstopte sonde een zogenaamde functionele complicatie.

Meer concreet onderscheiden we de volgende complicaties:

  • Misselijkheid en braken
  • Diarree
  • Obstipatie
  • Irritatie van neus, keel of slokdarm
  • Klachten fistelkanaal
  • Verstopte sonde
  • Uitvallen van voedingssonde

In deze blog benoemen we – per complicatie – de mogelijke oorzaken én de oplossingen. Hopelijk helpen deze inzichten je bij het ondersteunen van sondevoeding in de thuissituatie.

Goed om te weten: we hebben de belangrijkste informatie uit deze blog op een factsheet verzameld. Via onderstaande knop kun je deze aanvragen.


Misselijkheid en braken

Is jouw patiënt misselijk? Braken? Dan kun je denken aan de volgende oorzaken:

  • Te hoge toedieningssnelheid
  • Te groot volume per portie
  • Te koude of warme voeding
  • Een onderliggend ziektebeeld
Pomp sondevoeding bedienen

Ingeval van een te hoge toedieningssnelheid kun je die – in overleg met de patiënt – verminderen. Het gebruik van een opbouwschema is een andere, mogelijke oplossing. Verder kun je de patiënt adviseren om een halfzittende houding aan te nemen. 

Ook bij een te groot volume per portie ligt het voor de hand om de toediening aan te passen: kleinere porties óf een meer geconcentreerde sondevoeding. Overgaan op intermitterend of continu voeden is een andere, mogelijke oplossing. Ingeval van portietoediening kan het ook helpen om de laatste portie minimaal één uur voor het slapen toe te dienen.   

Wordt jouw patiënt misselijk van te koude of warme voeding? Dan kun je adviseren om de voeding voor gebruik op te warmen tot lichaams- of kamertemperatuur.

Als deze ongemakken – misselijkheid en braken – worden veroorzaakt door een onderliggend ziektebeeld, dan moet de patiënt contact opnemen met de (huis-)arts.   


Diarree

Diarree bij een patiënt die sondevoeding gebruikt kan veroorzaakt worden door:

  • Onvoldoende hygiëne
  • Te hoge toedieningssnelheid
  • Te koude voeding
  • Vezelarme voeding
  • Gebruik van medicatie
  • Een onderliggend ziektebeeld

Hygiëne begint met schone handen: benadruk het effect van handen wassen voor het bereiden en geven van sondevoeding. Hiermee samenhangend is het belangrijk dat de patiënt schone materialen gebruikt bij het klaarmaken van de voeding. Geef jouw patiënt de volgende ‘schoonmaaktips’:

  • Spoel de materialen met lauwwarm water
  • Maak goed droog
  • Bewaar de materialen in een afgesloten bak in de koelkast

Een ander aandachtspunt is het bewaren van voeding: adviseer jouw patiënt om de voeding niet langer dan 24 uur te gebruiken. Ook moet geopende sondevoeding in de koelkast bewaard worden.

Ingeval van een te hoge toedieningssnelheid zijn er twee mogelijke oplossingen:

  1. Verminderen van de toedieningssnelheid (in overleg met de patiënt)
  2. Gebruik van een opbouwschema

Wordt de diarree veroorzaakt door te koude voeding? Adviseer de patiënt om de sondevoeding voor het gebruik op te warmen tot lichaams- of kamertemperatuur. Tip: au bain-marie (per portie) opwarmen is heel makkelijk.

Verder kan diarree veroorzaakt worden door (te) vezelarme voeding. In dat geval kun je adviseren om over te stappen op vezelrijke sondevoeding.

Wordt deze complicatie veroorzaakt door het gebruik van medicatie? Of een onderliggend ziektebeeld? Adviseer jouw patiënt contact op te nemen met de (huis-) arts.  


Obstipatie

Heeft jouw patiënt last van obstipatie? We onderscheiden de volgende oorzaken:

  • Te weinig vochtinname
  • Vezelarme voeding
  • Weinig beweging
  • Gebruik van medicatie
  • Een onderliggend ziektebeeld

Zoals je weet bevat sondevoeding ongeveer 80% vocht. Als de obstipatie wordt veroorzaakt door te weinig vochtinname is het raadzaam om te checken of de voorgeschreven hoeveelheid sondevoeding wel wordt toegediend. Ook het toedienen van extra vocht kan de obstipatie verhelpen. Let wel: bij een vochtbeperking moet het toedienen van extra vocht in overleg met de (huis-)arts.

Net als bij de complicaties ‘misselijkheid en braken’ en ‘diarree’ kan het gebruik van vezelrijke sondevoeding de obstipatie verhelpen.

Als de gezondheid van de patiënt het toestaat kun je hem of haar stimuleren om meer te bewegen. Denk aan wandelen en fietsen.  

Is er het vermoeden dat de obstipatie wordt veroorzaakt door het gebruik van medicatie? Of is er sprake van een onderliggend ziektebeeld? Adviseer jouw patiënt contact op te nemen met de (huis-) arts.  


Irritatie van neus, keel of slokdarm

Bij irritatie van neus, keel of slokdarm kun je denken aan de volgende oorzaken:

  • Sonde zit langere tijd op dezelfde drukplek
  • Sonde inbrengen
  • Drogere mond en keel door minder of niet eten
  • Allergie voor het materiaal

Zit de sonde langere tijd op dezelfde drukplek? Dat kan irritatie veroorzaken. Adviseer de patiënt om het neusgat drie keer per dag met een in water gedrenkt wattenstaafje te verzorgen. Ook druppelen of sprayen met een fysiologische zoutoplossing kan helpen. Verder is het raadzaam om afwisselend het linker- en rechterneusgat te gebruiken bij het inbrengen van de sonde.

Irritatie als gevolg van het inbrengen van de sonde kan verlicht worden door kauwgom te kauwen of een zuurtje te nemen. Ook een waterijsje kan helpen. Let wel: bij slikproblemen dient de logopedist geraadpleegd te worden voor het gebruik van kauwgum en/of zuurtjes.
Moet de patiënt, met behoefte aan een waterijsje, rekening houden met een vochtbeperking? Dan moet ook de (huis-)arts toestemming geven.

Bovenstaande oplossingen – kauwgom, zuurtje en waterijs – kun je ook aandragen als jouw patiënt door minder of niet eten last heeft van een droge(re) mond en keel.

Worden de irritaties aan neus, keel of slokdarm veroorzaakt door een allergische reactie? Dan is het raadzaam om van materiaal te wisselen.


Klachten fistelkanaal

Heeft jouw patiënt klachten aan het fistelkanaal? Vaak worden die veroorzaakt door:

  • Niet goed passende button / G-tube
  • Huidschimmel
  • Siliconenallergie
  • Smetplekken onder button / plaatje G-tube
  • Wild vlees

Als de button / G-tube niet goed past, dan lekt de maaginhoud langs het fistel. In dit geval moet het fistel opnieuw opgemeten worden. Deze handeling mag een verpleegkundige van Sorgente uitvoeren. Hiervoor is wel een uitvoeringsverzoek nodig. Daarna kan de verpleegkundige de juiste maat button / G-tube plaatsen.

Mogelijk is er sprake van huidschimmel. Als de schimmel getest is en behandeld, dan moet de button vervangen worden.

Ook een siliconenallergie kan klachten veroorzaken aan het fistelkanaal. Moet de button vervangen worden door een sonde

van ander materiaal? Deze handeling kan de verpleegkundige van Sorgente uitvoeren.

Constateer je smetplekken onder de button of het plaatje van de G-tube? Adviseer de patiënt om de huid goed droog te houden. Door te deppen, niet wrijven. Verder is het belangrijk dat de gaasjes tijdig worden vervangen.

Komen de klachten door de groei van wild vlees? Dan kun je de patiënt doorverwijzen naar een specialist.


Verstopte sonde

Een sonde kan verstopt raken door één van de volgende oorzaken:

Sonde doorspuiten voedingsverpleegkundige
  • Voedingssonde is onvoldoende doorgespoten
  • Niet goed doorspuiten voor en na toedienen van de medicatie
  • Gebruik van zelf verpulverde medicatie
  • Voedingssonde ligt niet juist of er zit een knik in de sonde
  • Te dunne voedingssonde in verhouding tot de voeding
  • Sonde zit langer dan de gebruiksduur

Is de voedingssonde onvoldoende doorgespoten? Misschien heeft de patiënt extra uitleg nodig. Geef aan dat de voedingssonde dagelijks vier tot zes keer met lauwwarm water moet worden doorgespoeld. Hierbij kun je de volgende richtlijnen aanhouden:

  • Baby: 2 – 5 ml
  • Peuter: 5-10 ml
  • Volwassene: 20 ml

Let op: spoel niet door met een spuitje kleiner dan 5 mm. Anders is er het risico op beschadiging van de sonde. Ook moet de patiënt géén koolzuurhoudende dranken of een voerdraad gebruiken om een verstopping van de neusmaagsonde op te heffen.

Als de verstopping zichtbaar is kan de patiënt die verhelpen door de sonde voorzichtig tussen duim en wijsvinger te rollen in de lengte van de sonde.  

Om te checken of de verstopping is opgelost kun je de patiënt de volgende instructie geven:

  1. Vul een spuit met lauwwarm water
  2. Spuit de voedingssonde met lichte druk door
  3. Laat even inweken
  4. Probeer door te spuiten

Ook in de volgende situaties moet de patiënt overgaan tot doorspoelen:   

  • Bij wissel van de sondevoeding
  • Vóór en na het toedienen van een portie sondevoeding
  • Vóór en na het toedienen van medicatie
  • Eenmaal per dag als de sonde niet wordt gebruikt

Als de sonde verstopt is geraakt door verpulverde medicatie is het raadzaam om zoveel mogelijk vloeibare medicatie te gebruiken. Tip: de apotheker weet of de medicatie ook verkrijgbaar is in vloeibare vorm.

Het kan ook zijn dat de voedingssonde niet juist ligt of dat er een knik is ontstaan.
In dat geval kan de verpleegkundige van Sorgente de ligging van de voedingssonde controleren.

Ook een te dunne voedingssonde in verhouding tot de voeding kan een verstopping veroorzaken. Ons advies: gebruik

bij energie-, vezelrijke of geconcentreerde sondevoeding een sonde van minimaal maat CH10 in combinatie met een voedingspomp of maat CH12 in combinatie met een zwaartekrachtsysteem. Goed om te weten: de interne diameter van een PUR sonde is niet hetzelfde als die van een siliconen sonde.

Om na te gaan of de sonde aan vervanging toe is kun je de volgende check doen:

  • Neusmaagsonde, afhankelijk van het materiaal
    PVC: vervangen na maximaal één week
    PUR: vervangen na maximaal zes weken
    siliconen: vervangen na maximaal drie maanden
  • Gastrostomiesonde of button: vervangen na drie maanden

Uitvallen van voedingssonde 

Valt de sonde uit? Dit kan het gevolg zijn van:

  • Een niet tijdig vervangen pleister
  • Kapotte ballon van de button / G-tube
  • Een flinke hoestbui en/of braken
  • Trekken aan de sonde

Een pleister die niet op tijd is vervangen laat los. Het is raadzaam om de pleister elke dag te checken. Dit geldt ook voor een kapotte ballon: adviseer de patiënt om wekelijks een balloncontrole te doen.

Ook na een flinke hoestbui en/of braken kan de voedingssonde uitvallen. Ons advies: doe een visuele inspectie. Bij twijfel kun je de ph meten.

Om te voorkomen dat de sonde uitvalt doordat er aan getrokken wordt, kun je de patiënt adviseren om de lijn zo kort mogelijk te houden.


Meer informatie: kennissessie en instructievideo’s

Goed om te weten: we hebben een speciale kennissessie ontwikkeld over de complicaties bij het gebruik van sondevoeding. Wil je er meer over weten? Neem contact op met jouw rayonmanager. Verder kun je een aantal instructievideo’s bekijken. Deze video’s zijn ook beschikbaar voor patiënten via de klantenwebsite.  


Lees ook deze blogs over sondevoeding


Vind je deze informatie interessant?

Ontvang de nieuwste inzichten en tips eenvoudig via -email. Meld je aan voor onze nieuwsbrief:


Heb je een vraag?

Heb je een vraag?

Neem contact op met onze productspecialist sondevoeding.

Contact

Sondevoeding en toebehoren aanvragen?

Ga naar het DAS