banner
banner-icon

Veelgestelde vragen

Overzicht antwoorden op veelgestelde vragen over sondevoeding en toebehoren

Vraag en antwoord sondevoeding en toebehoren

1. Moet het systeem van de voedingspomp doorgespoeld worden als de patiënt een paar uur per dag geen sondevoeding gebruikt?

Ja, ons advies: spoel het systeem na gebruik door met water. Bewaar het dan in een afgesloten bakje in de koelkast. Wanneer er nog wat water in het toedieningssysteem zit dan loopt dat er bij het opnieuw vullen vanzelf uit.


2. Wanneer mogen de voedingspompsystemen vervangen worden?

Deze mogen elke dag vervangen worden.


3. Wat te doen bij een verstopping van de sonde?

Allereerst is het zaak om na te gaan hoe lang geleden de sonde bij jouw patiënt is ingebracht. Wanneer dit onlangs is gedaan kan het zijn dat de sonde te diep zit of is geknikt. Is de sonde langer geleden ingebracht? En heeft de patiënt niet eerder problemen ervaren? Waarschijnlijk is er dan sprake van een verstopping.

Sonde doorspuiten voedingsverpleegkundige met handschoen

Om de verstopping op te lossen adviseren we het volgende:

  • Spuit door met volle 20 ml (volwassenen) spuit lauw water. Is de verstopping niet opgelost? Trek en duw voorzichtig aan de spuit. Zo wordt druk opgebouwd waardoor de verstopping losgemaakt kan worden.
  • Wanneer de verstopping zichtbaar is in het uitwendige deel van de sonde, dan kan jouw patiënt proberen om die voorzichtig met de vingers los te kneden. Tegelijkertijd moet de sonde met een volle 20 ml spuit lauw water doorgespoten worden. Werkt dit niet? Adviseer de patiënt om contact op te nemen met de medewerkers van het Klantenteam Sondevoeding.

4. Kun je per portie of bolus voeden op een sonde die in de darm eindigt?

Nee, in verband met dumpingklachten wordt dit afgeraden.


5. Mag een voerdraad van een sonde opnieuw gebruikt worden?

Is de sonde nog ingebracht? Dan mag de voerdraad niet opnieuw gebruikt worden. De kans bestaat namelijk dat de voerdraad door de sonde heen gaat en het weefsel beschadigt. Als jouw patiënt de sonde opnieuw wil inbrengen, dan mag hij de voerdraad wel gebruiken. Het is raadzaam om – voordat de sonde opnieuw ingebracht wordt – te controleren of de voerdraad niet door de wand van de sonde is geprikt, waardoor de sonde beschadigd is.


6. Hoe lang mag een sonde blijven zitten?

PVC1 week
PUR6 weken
Siliconen3 maanden

Sorgente sondevoeding deel van het assortiment

7. Hoe lang kan sondevoeding bewaard en gebruikt worden?

Voor de houdbaarheid van sondevoeding zijn richtlijnen opgesteld. De aanhangtijd is de uiterste houdbaarheid van de gekoppelde voeding. Hieronder staan de richtlijnen voor de aanhangtijden:

In de originele verpakking24 uur
Overgegoten in een container8 uur
Kindersondevoeding overgegoten in een container4 uur
Zelfbereide of samengestelde sondevoeding2 tot 4 uur

Onder de volgende condities – waardoor behoud van kwaliteit – kan sondevoeding bewaard worden:

  • Verpakking ongeopend: buiten de koelkast tot de houdbaarheidsdatum
  • Verpakking geopend met dop erop: 24 uur in koelkast
  • Overgegoten in een container: 24 uur in koelkast
  • Zuigelingenvoeding of zelfbereide voeding: volgens gebruiksaanwijzing op de verpakking

Advies zuigelingenvoeding en voeding die zelf bereid moet worden: houd de houdbaarheid en gebruiksaanwijzing
aan die op de verpakking staat.


8. Mag sondevoeding worden ingevroren?

Ja, maar we raden dit niet aan. Tijdens het ontdooien kan de consistentie van de voeding veranderen, waardoor klontjes kunnen ontstaan. Die kunnen verstopping in de sonde veroorzaken. Bovendien is het niet bekend hoe lang sondevoeding veilig ingevroren kan worden en hoe lang het na ontdooien gebruikt mag worden.


9. Door het gebruik van medicatie is de sonde niet goed schoon te houden, waardoor deze eerder aan vervanging toe is. Hoe kan de patiënt dit voorkomen?

In deze situatie – medicatie door de sonde – is het belangrijk om de sonde voor én na elke toediening van medicatie goed door te spuiten met minimaal 20 ml lauw water. Overigens geldt voor kinderen een hoeveelheid van 2-10 ml (afhankelijk van de leeftijd).


10. Waar moet een sondevoedingspatiënt op letten bij op reis gaan?

Gaat jouw patiënt op reis of op vakantie naar het buitenland? Wij geven advies, helpen met het bestellen van de voeding en zorgen (als dat nodig is) voor een gepersonaliseerde douaneverklaring voor de voeding of voedingspomp. Adviseer de patiënt om minimaal 6 weken van tevoren contact op te nemen met ons Klantenteam Sondevoeding.

Meer tips vind je in de brochure ‘Op reis met medische voeding’ (PDF).


11. Tips slapen met sondevoeding

  • Controleer vóór het slapengaan de ligging van de sonde en neuspleister.
  • Controleer of er voldoende voeding in de zak zit, zodat deze de hele nacht kan doorlopen.
  • Plaats de rugtas met de pomp zo dicht mogelijk naast de patiënt, bijvoorbeeld op het nachtkastje of
  • een stoel.
  • Plaats de stekker in de pomp en het stopcontact, zodat de pomp kan opladen gedurende de nacht.
  • Het is belangrijk dat er ’s nachts niet op het toedieningssysteem gelegen wordt.

Voor de patiënt hebben we een instructievideo gemaakt over slapen met sondevoeding.


12. Tips douchen met sondevoeding

  • Vóórdat er gedoucht gaat worden is het belangrijk dat de pomp eerst uitgeschakeld en afgekoppeld wordt.
  • Spoel de sonde door met lauwwarm water en sluit de sonde af met een afsluitdopje.
  • Controleer of de neuspleister en neussonde nog op de juiste plaats zit.

Deze tips worden getoond in de instructievideo ‘Douchen met sondevoeding’.


13. Tips sondevoeding bij warm weer

  • Zorg dat de pomp voldoende opgeladen is vóórdat de patiënt naar buiten gaat.
  • Zorg dat de voeding bij toediening op kamertemperatuur is.
  • Er kan een koelelement in de rugtas meegenomen worden. Voorkom dat het koelelement direct tegen de pomp of de zak voeding ligt: wikkel het element in een theedoek.
  • Houd de rugtas zo veel mogelijk uit de zon.
  • Spuit de sonde eventueel extra door met water om meer vocht binnen te krijgen.

Tip: laat jouw patiënt de instructievideo ‘Sondevoeding bij warm weer’ zien.


14. Tips sondevoeding bij koud weer

  • Zorg dat de pomp voldoende opgeladen is vóórdat de patiënt naar buiten gaat. Door kou kan het accuvermogen van de pomp afnemen, waardoor er eerder opgeladen moet worden.
  • Zorg dat de voeding bij toediening op kamertemperatuur is.
  • Een pomp kan alarm geven, als de overgang van temperatuur erg groot en plotseling is. Dit kan voorkomen worden door de pomp in een handdoek te wikkelen. Hierbij kan de zak sondevoeding mee ingepakt worden om te voorkomen dat de voeding te sterk afkoelt.
  • Bedek bij het naar buiten gaan ook de pompset: stop deze onder de jas.

Deze tips worden getoond in de instructievideo ‘Sondevoeding bij koud weer’.


Vind jij deze informatie interessant?

Wil je de nieuwste inzichten en tips eenvoudig via e-mail ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief:


Heb je een casus over sondevoeding en toebehoren?

Heb je een casus over sondevoeding en toebehoren?

Heb je een vraag over de inzet van sondevoeding? Wil je weten welke voedingswaarden een bepaald product bevat? Of wil je overleggen over de toebehoren?

Via het contactformulier kun je jouw casus voorleggen aan onze productspecialist.

Contact

Sondevoeding en toebehoren aanvragen?

Ga naar het DAS